Haar ouders maken een praatje met een bekende, als er ineens doffe knallen klinken. “We dachten aan vuurwerk”, zegt ze. Ineens zakken haar ouders in elkaar. Ashley huilt en gilt. De eigenaresse van de wolwinkel naast de plek waar Ashley staat, trekt het meisje naar binnen en troost haar. “Ik heb daar zeker een uur gewacht. Niet wetende wat er precies aan de hand was. Ik was zo jong en dacht: misschien is dit één of andere oefening. Een toneelspel”, zegt ze.

Na de schietpartij volgde een onrustige tijd. Ashley verhuisde van plek naar plek. “Mijn pleegouders waren voor mij als mijn echte ouders. Ik kwam bij ze wonen toen ik een baby was. Omdat ik een pleegkind ben, konden de familieleden van mijn pleegouders niet meteen bij mij komen. Ze zochten me, maar mochten niet meteen naar mij en mijn broer toe. Ik belandde in tijdelijke crisisopvanggezinnen, bij een schoolvriendin en uiteindelijk bij mijn biologische moeder.”

Dingen een plekje geven

Een jaar lang ging Ashley niet naar school. Ze was angstig en had moeite met vertrouwen. “Gelukkig kreeg ik therapie, die uiteindelijk goed hielp. Vooral EMDR. Daarmee zijn bepaalde, traumatische beelden uit mijn geheugen gewist en kon ik sommige dingen een plekje geven.” Het gaat, mede daardoor, nu beter met haar.

2021-04-09 08:06:47

Aangeboden door: nos.nl