Wie zich sterk verzette tegen het ‘gezagsgetrouwe beleid’ was de Joodse Raad in Enschede. Sig Menko, Gerard Sanders en Isedoor van Dam, die samen deze provinciale afdeling van de Joodse Raad vormden, gaven de Joden in Enschede zoveel mogelijk het advies om onder te duiken.

Ze kregen daarbij hulp van dominee Leendert Overduin die dankzij zijn netwerk talloze onderduikplekken wist te regelen. Van de 1200 Joden in Enschede werden er 500 gered, meer dan in welke andere stad ook in Nederland.

De drie mannen wisten al vroeg in de oorlog welk lot de Joden in handen van de nazi’s te wachten stond. Van Duits-Joodse vluchtelingen die ze hadden opgevangen, kenden ze de verhalen over de kampen. En op het moment dat er doodsberichten binnenkwamen van Joden die bij een razzia in 1941 in Enschede naar kamp Mauthausen waren weggevoerd, gingen alle alarmbellen rinkelen.

Trots

Renée Sanders is de kleindochter van Gerard Sanders, de secretaris van de raad. Zij kijkt met trots terug op het werk dat haar grootvader en de raad tijdens de oorlog verrichtten. “Sig Menko, de voorzitter van de Joodse Raad Enschede stelde bij een vergadering in Amsterdam de vraag hoe de Joodse Raad daar dacht over onderduiken. Toen kreeg hij van Cohen te horen: ‘Meneer Menko, het woord onderduiken komt in ons vocabulaire niet voor.’ Dat maakte hem toen heel kwaad.”

Menko, Sanders en Van Dam waren vastbesloten om Joden te blijven helpen onder te duiken. Meer dan in Amsterdam was de Joodse gemeenschap geïntegreerd in de lokale bevolking, waardoor het lukte om onderduikadressen te vinden. Ook was er voldoende geld om mensen te helpen.

In deze video vertelt Renée Sanders hoe de Joodse Raad Enschede Joden hielp om onder te duiken.

2021-04-11 14:50:51

Aangeboden door: nos.nl