Maar het aantal testen daalde ook, van gemiddeld 64.000 naar 56.000. En tegelijkertijd steeg het percentage positieve testen van 10,7 naar 12,1 procent.

Dat zijn aanwijzingen dat het in ieder geval niet beter gaat, zegt data-analist Marino van Zelst, die dagelijks de coronacijfers bijhoudt. “Het kan erop wijzen dat de testbereidheid afneemt. Daarnaast maken de zelfsneltests het beeld nog troebeler. Het wordt steeds moeilijker te interpreteren wat de besmettingscijfers betekenen, maar het gaat pas de goede kant op als zowel het aantal positieve tests en het percentage positieve tests daalt.”

Vooral opvallend is de ontwikkeling van het aantal besmettingen als je die uitsplitst naar leeftijd. Alle groepen laten een daling zien. Behalve een: de 20-29-jarigen.

Meest mobiele groep

In de cijfers wordt bijgehouden wat de vermoedelijke eerste ziektedag was. Bij de 20-29-jarigen ligt de omslag van een dalende naar een stijgende trend in het aantal besmettingen rond 27 april. “Je kunt eigenlijk nooit zeggen of een ontwikkeling in besmettingen aan één moment te relateren is, tenzij je iedereen van tevoren en na afloop zou testen”, zegt veldepidemioloog Amrish Baidjoe.

Dat de besmettingen bij deze leeftijdsgroep stijgen, verbaast hem niet. “Transmissie werkt zo dat je altijd eerst een stijging ziet in de meest mobiele groep: dat zijn de 20-29-jarigen. Dat zagen we ook in juli vorig jaar.”

In onderstaande grafiek is de piek bij 20-29-jarigen goed zichtbaar. De daling in de laatste dagen komt doordat de cijfers weergegeven worden op basis van de eerste ziektedag. Het beeld van de meest recente dagen is daarom nog niet compleet.

2021-05-08 16:44:24

Aangeboden door: nos.nl