Nederland en de rest van de internationale gemeenschap moeten zich blijven inzetten voor de vrouwen in Afghanistan. Dat vindt de gevluchte Afghaanse oud-minister van Vrouwenzaken Massouda Jalal. Vanuit Nederland luidt ze de noodklok voor vrouwen in haar thuisland.

Dankzij haar contacten met vrouwenrechtenorganisaties in Nederland kon ze vrij snel na de val van Kabul geëvacueerd worden. Als de wereld wegkijkt en geen druk uitoefent op de Taliban, verandert Afghanistan opnieuw in een land waar vrouwen onzichtbaar zijn, zegt ze tegen de NOS.

Druk op internationale gemeenschap

Sinds de machtsovername van de Taliban, half augustus, zijn 550.000 Afghanen gevlucht naar het buitenland. Onder hen zijn veel vrouwenrechtenactivisten. Vanuit het buitenland proberen ze druk uit te oefenen op de internationale gemeenschap om vrouwenrechten hoog op de agenda te houden. Maar dat is niet gemakkelijk, mede doordat reizen nog niet mogelijk is.

Anders dan in 1996, toen de Taliban de macht grepen, kon Jalal ditmaal niet in Afghanistan blijven. Destijds werd ze meerdere keren opgepakt en gevangengezet vanwege haar werk voor vrouwen. De situatie is volgens haar nu anders: “Dit keer komen ze niet langs om je in de gevangenis te stoppen. Ze vermoorden nu hun tegenstanders op straat en in hun huizen“, aldus Jalal, die haar naam ook zag staan op een lijst met mensen die gezocht worden door de Taliban.

Verslaggever Thomas Spekschoor sprak met Massouda Jalal:

2021-09-25 20:37:25

Aangeboden door: nos.nl