Het inkomen dat huishoudens overhouden om vrij te besteden is de afgelopen 50 jaar sterk toegenomen, en meestal even snel gegroeid als de economie. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee spreekt het CBS onder meer een Rabobank-rapport uit 2018 tegen.

In dat rapport was de conclusie dat het besteedbaar inkomen van huishoudens juist al veertig jaar bijna stilstaat. Volgens de Rabobank wordt het grootste verschil verklaard doordat het CBS heeft gekeken naar inkomen per persoon, en de Rabobank naar inkomen per huishouden. Huishoudens zijn de afgelopen decennia steeds kleiner geworden.

‘Nederlanders profiteren mee’

“Er bestaat een wijdverspreid idee dat Nederlanders al een paar decennia niet hebben geprofiteerd van de economische groei”, zegt Peter Hein van Mulligen in het NPO Radio 1 Journaal.

“De cijfers die we hebben over de ontwikkeling van het inkomen laten heel duidelijk zien dat het niet klopt. Sterker nog, dat het inkomen keurig meegroeit met de economie en dat Nederlanders wel degelijk profiteren van de economische groei in de portemonnee.”

Volgens het CBS is die stijging niet alleen bij de hoge inkomens terechtgekomen. De inkomensongelijkheid is sinds de jaren 80 volgens het CBS min of meer stabiel. “Over het algemeen kun je zeggen dat ook de lage inkomens wel degelijk van de economische groei geprofiteerd hebben”, zegt Van Mulligen.

21,9 duizend euro per persoon

In 2020 was het gemiddelde, netto beschikbare inkomen van huishoudens 21.900 euro per inwoner, heeft het CBS berekend. Dat is 112 procent meer dan in 1969, na correctie voor de hogere prijzen nu.

De economie groeide in bijna al die jaren ongeveer in dezelfde mate, behalve in de jaren 2001 tot 2008, zegt het CBS. Toen groeide de economie, maar stagneerde het inkomen. Dat kwam volgens het CBS vooral doordat de belastingen en zorgpremies stegen, om de gestegen kosten in de zorg op te vangen.

Al met al groeide de economie in de jaren 1969 tot 2020 met zo’n 126 procent. Daarmee groeide het wat sneller dan het inkomen van huishoudens, maar volgens het CBS komt dat vooral door die jaren 2001 tot 2008.

Eenpersoonshuishoudens

Het belangrijkste verschil tussen het onderzoek van CBS en dat van de Rabobank, is dat de Rabobank heeft gekeken naar inkomen per huishouden, terwijl het CBS het heeft berekend door te kijken naar personen.

Dat maakt uit: de huishoudens zijn tegenwoordig kleiner dan vroeger, en er zijn meer eenpersoonshuishoudens die dus ook lagere inkomens hebben.

“Ik zie dat Van Mulligen het idee wil nuanceren dat de inkomens al decennia stilstaan, maar door te kijken naar inkomen per persoon ga je wel voorbij aan de problemen van eenpersoonshuishoudens”, reageert Menno Middeldorp, hoofd van RaboResearch. “Eenpersoonshuishoudens hebben vaak hogere kosten dan meerpersoonshuishoudens: die hebben een eigen huis nodig, een eigen wasmachine. Die mensen hebben de afgelopen jaren gezien dat ze zonder een partner die werkt moeilijk aan een huis kunnen komen.”

2021-04-15 12:34:21

Aangeboden door: nos.nl