Het onbenut arbeidspotentieel steeg vorig jaar met bijna 100.000 naar 1,1 miljoen Nederlanders. Dat meldt het CBS woensdag op basis van nieuwe cijfers.

‘Onbenut arbeidspotentieel’ is een statistische term die naast werklozen ook andere groepen omvat. Bijvoorbeeld mensen die kunnen werken, of dat graag willen, maar die niet als werkloos staan geboekstaafd omdat ze niet meer zoeken naar werk. Ook parttimers die meer willen werken, vallen onder het onbenut arbeidspotentieel.

In maart 2020 lag het onbenut arbeidspotentieel op het laagste niveau in tien jaar. Maar door de coronacrisis steeg dat percentage. 8,5 procent van de bevolking tussen 15 en 75 jaar werkt nu niet of werkt parttime, maar zou (meer) kunnen of willen werken.

Werkloosheid het hoogst in Groningen

Gemeentes met het hoogste onbenutte arbeidspotentieel waren Groningen met 12,8 procent en Amsterdam, Vaals en Rotterdam met 11 procent of meer. Borsele, Schouwen-Duivenland en Altena wisten het arbeidspotentieel het beste te benutten. In die gemeentes was het onbenut arbeidspotentieel minder dan 6 procent.

De werkloosheid steeg ook vorig jaar, van 3,4 naar 3,8 procent. Het was de eerste stijging van de werkloosheid in zes jaar. Een groot deel van de opgelopen werkloosheid is weer ingehaald waardoor die al bijna op hetzelfde niveau ligt als voor de coronacrisis.

2021-05-26 00:01:01

Aangeboden door: nos.nl