De mededeling komt een dag nadat de Verenigde Staten nieuwe regels heeft opgelegd aan vijf Chinese staatsmedia. Omdat ze onder direct gezag van de Chinese overheid zouden staan, worden ze aangemerkt als “buitenlandse missie”. Daardoor zijn ze verplicht al hun personeel en bezittingen in de VS te registreren.

De Global Times, een spreekbuis van de Chinese communistische partij, schrijft dat de twee gebeurtenissen “niet geheel toevallig” kort op elkaar volgen. “Ze laten zien dat het ideologische conflict tussen China en de VS intenser wordt”, zo schrijft de krant.

Persvereniging geschokt

De correspondentenvereniging in China (FCCC) noemt het uitzetten van de WSJ-correspondenten een “extreme poging” tot intimidatie van nieuwsorganisaties. Volgens de FCCC hebben aangesloten journalisten steeds vaker te maken met intimidatie en hinder door autoriteiten. “Het uitzetten van deze drie WSJ-journalisten is slechts de laatste en meest alarmerende maatregel die is genomen”, schrijft de vereniging.

De FCCC signaleert naar eigen zeggen al langer een toename van overheidsbemoeienis. In een enquête onder leden, die ging over hun ervaringen in 2018, zei 55 procent een verslechtering te hebben ervaren. Met name verslag doen uit de regio Xinjiang werd ervaren als problematisch. In die regio wonen Oeigoeren, een moslim-minderheid die volgens gelekte overheidsdocumenten stelselmatig wordt onderdrukt.

In 2018 moesten ook twee buitenlandse journalisten weg uit China omdat hun accreditaties niet werden verlengd. Dat gebeurde dus minder abrupt dan nu met de WSJ-correspondenten, maar had hetzelfde gevolg. Beide journalisten waren in Xinjiang geweest. Vorig jaar moest al een andere WSJ-journalist weg nadat die over een onderzoek naar een neef van president Xi had geschreven. In dat onderzoek ging het om illegaal gokken en witwassen.

In totaal moesten sinds 2013 negen journalisten tegen hun zin weg uit China, zegt de FCCC.

2020-02-19 17:18:52

Aangeboden door: nos.nl