Twee milieueffectrapporten (MER’s) die minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur heeft laten opstellen met het oog op de toekomst van de luchtvaart en de uitbreiding van Schiphol zijn niet goed genoeg. Dat concludeert de onafhankelijke commissie die naar de kwaliteit van de rapporten heeft gekeken.

De Commissie voor de milieueffectrapportage concludeert dat er op basis van de MER’s die er nu liggen geen besluiten kunnen worden genomen. Een deel moet als het aan de commissie ligt opnieuw gedaan worden.

Het ene rapport heeft specifiek betrekking op Schiphol en is bedoeld om een Luchthavenverkeerbesluit mogelijk te maken. Daarin moet het maximum van 500.000 vluchten dat al jaren voor Schiphol geldt formeel worden vastgelegd. Ook gaat het om het regelen van de vraag welke start- en landingsbanen van Schiphol bij voorkeur moeten worden gebruikt.

Schiphol rekent zich rijk

De commissie vindt dat met name de berekeningen over geluidshinder en de uitstoot van stikstof en CO2 tekortschieten. Schiphol, dat opdrachtgever is van het rapport, heeft zich als het ware rijk gerekend, zegt een woordvoerder.

Het rapport vergelijkt de effecten van de nieuwe situatie met die van de oude, maar daarbij zijn verkeerde vergelijkingen gemaakt. De hoeveelheid stikstof die het vliegverkeer mag uitstoten, is volgens de commissie overschat.

Op basis van de huidige berekeningen is het als het aan de commissie ligt niet mogelijk om de noodzakelijke natuurvergunning voor luchthaven Schiphol af te geven. Wellicht zijn aanvullende maatregelen nodig om 500.000 vluchten per jaar mogelijk te maken.

Ook vindt de commissie dat ontwikkelingen uit de afgelopen jaren niet goed zijn meegenomen in de vergelijking. Het gaat dan om wijzigingen in vliegprocedures en vliegroutes en het geleidelijk stiller worden van vliegtuigen.

Nieuwe aanvliegroute

De tweede MER waar naar is gekeken, gaat over de herindeling van het luchtruim boven Nederland. Belangrijk daarvoor is de verplaatsing van een oefengebied van de luchtmacht van Noord-Brabant naar een nog te bepalen plek in het noorden van Nederland.

Door die verplaatsing wordt het mogelijk dat vliegtuigen die op Schiphol moeten landen de luchthaven ook vanuit het zuidoosten kunnen aanvliegen. Nu kan dat niet vanwege de militaire vliegtuigen in dat deel van het luchtruim. Een vierde naderingspunt voor Schiphol heeft in het algemeen gunstige effecten: het zorgt voor kortere vliegroutes waardoor de CO2-uitstoot afneemt. Ook wordt het mogelijk dat vliegtuigen geleidelijker dalen, wat beter is voor het milieu.

Wel brengt een nieuwe zuidoostelijke aanvliegroute overlast mee voor gebieden in de provincies Gelderland en Utrecht, waar dan overheen gevlogen wordt. De commissie constateert dat de MER alleen de gemiddelde milieugevolgen van de luchtruimherziening beschrijft. De concrete gevolgen voor mensen die onder de aanvliegroute wonen, zijn niet in kaart gebracht.

Van F16 naar F35

Ook is niet duidelijk hoe groot de overlast in het noorden wordt door de verplaatsing van het militaire oefenterrein. Er zal vanaf het nieuwe terrein met minder vliegtuigen worden gevlogen, maar dat betekent niet dat de overlast dan ook minder is. De luchtmacht stapt over van de F16 op de F35. Uit onderzoek blijkt dat de F35 nog meer lawaai maakt dan zijn voorganger.

De Commissie voor de milieueffectrapportage adviseert demissionair minister Van Nieuwenhuizen om pas besluiten te nemen als de rapporten zijn aangepast en de milieugevolgen beter in kaart zijn gebracht.

2021-04-21 13:25:45

Aangeboden door: nos.nl