De invoering van een nieuwe wet voor de gedupeerden van de aardbevingen in Groningen leidt tot een hard conflict tussen minister Blok van Economische Zaken en de Tweede Kamer.

Aanleiding is dat Blok de Tijdelijke wet Groningen, bedoeld om de versterkingsoperatie te verbeteren voor woningen die aardbevingsschade hebben, maar gedeeltelijk wil invoeren. Een paar aanpassingen die erin zijn gekomen op voorstel van de SP wil de minister niet in werking laten treden.

De reden daarvoor is dat de Kamer de aanpassingen heeft aangenomen doordat twee partijen uit de demissionaire coalitie, D66 en het CDA, hier per ongeluk vóór hebben gestemd. Anders was er geen meerderheid voor geweest. Volgens de minister maken deze voorstellen, die de positie van de Groningers juridisch en financieel extra versterken, de wet ook onuitvoerbaar.

Buitenspel

Bij de Tweede Kamer zet het voornemen van Blok veel kwaad bloed. De Kamer voelt zich als medewetgever buitenspel gezet doordat Blok delen van de wet niet wil laten ingaan, vooral ook gegeven de recente discussie in Den Haag over het versterken van de tegenmacht van het parlement tegenover de regering.

Tweede Kamerlid Beckerman van de SP is woedend over de handelwijze van het kabinet: “Ik schrik hiervan. Zodra een amendement is aangenomen, dan is het eigenlijk een wet die ingevoerd moet worden. Wat de minister nu wil doen, is een schoffering van het parlement.”

Beckerman is bepaald niet de enige bij wie dit in het verkeerde keelgat is geschoten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor D66 en het CDA, uitgerekend de partijen die per ongeluk voor de amendementen van de SP hebben gestemd. “Als het kabinet deze onderdelen van de wet niet wil invoeren, moet het daarvoor een andere weg kiezen. Het gaat mij om de verhouding macht en tegenmacht”, zegt CDA-Kamerlid Mulder.

Fouten bij stemmingen maken geen verschil voor de uitslag

Als een wijzigingsvoorstel, officieel een amendement, eenmaal is aangenomen is het formeel een onderdeel van de wet geworden. In het Reglement van Orde van de Tweede Kamer staat dat het voor de uitslag van een stemming niets uitmaakt of iemand een fout heeft gemaakt. De minister mag wel een zogenoemde novelle schrijven, een nieuw aanpassingsvoorstel, om de wet aan te passen, maar dat kost veel tijd. Hij zou de wet ook nog helemaal kunnen intrekken.

Het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer, de juridische adviseurs van het parlement, schrijft in een advies dat deze week is gepubliceerd dat de regering met haar handelwijze de Tweede Kamer als medewetgever buitenspel zet en dat dit op gespannen voet staat met de grondwettelijke positie van de Kamer als medewetgever.

De minister komt volgende week met een reactie op de grote bezwaren van de Kamer.

2021-05-27 09:27:42

Aangeboden door: nos.nl