In februari is twee keer zo veel windenergie opgewekt als in dezelfde maand vorig jaar. Op dagen dat het hard kunnen windmolens tot 30 procent van de Nederlandse stroom leveren. Er zijn nauwelijks meer molens bijgekomen, dus de toename is alleen aan het weer toe te schrijven. In Duitsland wekten windturbines af en toe 70 procent van alle elektriciteit op, en in Denemarken zelfs meer dan 100 procent.

Het weerbericht wordt dan ook steeds belangrijker voor energiebedrijven. De stormen van de afgelopen weken stuwden het aandeel wind in de energievoorziening zozeer omhoog dat afnemers van stroom – maar niet de gewone consument – enkele keren te maken kregen met ‘negatieve prijzen’: ze kregen geld toe. Martien Visser, docent energietransitie aan de Hanzehogeschool in Groningen, noemt dat laatste ‘spectaculair’.

“Wat je steeds meer ziet, is dat de prijzen dalen. Want wind is gratis, als de molens er eenmaal staan.” Als er dan langdurig veel wind is, duiken de prijzen onder nul. Visser: “Stel je voor: je gaat naar de bakker, je koopt daar een brood en krijgt een paar euro toe.” Gewone burgers merken overigens niks van die negatieve prijzen. “Voor consumenten is het helaas zo dat we veel belasting betalen over de elektriciteit. Dat betekent dat je nog steeds een behoorlijke prijs betaalt.”

Grilligheid van de wind

De energiesector heeft steeds meer belangstelling voor het weer. Op de handelsvloer bij stroomleverancier Eneco werken tegenwoordig ook meteorologen. “Wij moeten natuurlijk het weer zo goed mogelijk voorspellen, zodat we weten hoeveel elektriciteit er uit de windmolens komt”, vertelt Charel Hakkert van Eneco. De grilligheid van het weer maakt dat soms lastig. “De wind komt vaak een uur eerder of later dan voorspeld en het waait iets harder of juist zachter, dus dat is een uitdaging.”

2020-02-29 08:33:05

Aangeboden door: nos.nl