De door de coronapandemie opgelopen achterstanden bij leerlingen en studenten moeten worden aangegrepen om het onderwijs structureel te verbeteren. Daar roept de Inspectie van het Onderwijs toe op in het rapport De Staat van het Onderwijs 2021.

Volgens de inspectie moeten we niet terug naar het niveau van voor de pandemie, maar moet het onderwijsniveau structureel omhoog. Er moet niet worden gerepareerd maar gerenoveerd.

Basisvaardigheden

Voor de coronacrisis is al meerdere keren vastgesteld dat jaarlijks duizenden jongeren zonder de benodigde basisvaardigheden het onderwijs verlaten. Het gaat om leerlingen die niet kunnen lezen, schrijven of rekenen op het afgesproken minimale basisniveau.

Door het sluiten van de scholen hebben leerlingen maandenlang onderwijs op afstand gehad. Hoewel nog duidelijk moet worden hoeveel achterstand er precies is opgelopen, is bekend dat bijvoorbeeld basisschoolleerlingen minder vooruitgang hebben geboekt.

Uit de resultaten van een citotoets die wordt afgenomen in het eerste jaar van de middelbare school blijkt dat brugklassers minder goed kunnen lezen en rekenen. Ook hebben ze een kleinere woordenschat dan leerlingen die het jaar ervoor in de brugklas zaten.

Om de opgelopen achterstand in te halen is er eerder dit jaar 8,5 miljard beschikbaar gekomen. Volgens inspecteur-generaal van het Onderwijs Alida Oppers levert dat een unieke kans om het onderwijs aan te pakken en wat te doen tegen de teruglopende basisvaardigheden en kansenongelijkheid.

Volgens Oppers moet er gebruik worden gemaakt van kennis en ervaring die aanwezig is in het onderwijs en de wetenschap.

Schaduwonderwijs

Leerlingen die niet op het minimale basisniveau kunnen lezen of schrijven kunnen hier in hun latere schoolloopbaan nog last van hebben. Omdat dit niet stelselmatig gemonitord wordt, is niet duidelijk hoe groot het probleem in het middelbaar en hoger onderwijs is.

Voor een vijfde van de studenten in het hoger onderwijs is het reden om aanvullend onderwijs in te schakelen. Zij geven aan dat het taalonderwijs in de vooropleiding niet aansluit op dat wat in de studie verwacht wordt.

Studenten met ouders die veel meer te besteden hebben dan een gemiddeld Nederlands gezin maken vaker gebruik van schaduwonderwijs. Het gaat dan om betaalde hulp bij het volgen en afronden van vakken, maar ook om tentamentraining en bijlessen.

Het gebruik van aanvullend onderwijs is de afgelopen jaren toegenomen. In 1995 werd er 26 miljoen aan uitgegeven, in 2018 was dat volgens het CBS 284 miljoen.

In het voortgezet onderwijs wordt er het meest gebruik van gemaakt. Een op de drie leerlingen laat zich naast de bestaande lessen bijspijkeren.

De inspectie noemt de toename van het aanvullend onderwijs een risico voor de kansengelijkheid. Niet alle ouders en studenten hebben er de financiële middelen voor. Bovendien laten hoger opgeleide ouders hun kinderen in het primair en voortgezet onderwijs vaker betaald aanvullend onderwijs volgen.

2021-04-14 10:04:03

Aangeboden door: nos.nl