Mensen zijn niet van plan om geld dat ze door de coronapandemie extra hebben gespaard alsnog op te maken. Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat huishoudens maar 14 procent van dat geld willen gebruiken voor consumptie van goederen en diensten. Mensen noemen vooral kleding, elektronische apparaten en auto’s als dingen die ze willen kopen.

Veel huishoudens hebben door corona fors kunnen besparen. Ze gaven minder uit, omdat bijvoorbeeld winkels, de horeca en de cultuursector voor langere of kortere periodes dicht waren. Ook werd er veel minder uitgegeven aan vakanties. Ten opzichte van de situatie voor de pandemie was het totaal aan besparingen in het eerste kwartaal van 2021 al opgelopen tot 46 miljard euro.

Uit het onderzoek blijkt dat mensen iets meer dan de helft van al het bespaarde geld, 51 procent, op hun betaal- of spaarrekening willen laten staan. 18 procent gaat naar het verbouwen van het huis of het kopen van een nieuwe woning, zo is de verwachting. Andere bestemmingen die worden genoemd zijn schulden aflossen en beleggen (allebei 7 procent) en doneren (3 procent).

Niet iedereen profiteert

De Nederlandsche Bank concludeert dat door de steunpakketten van de overheid het inkomensverlies voor huishoudens beperkt is gebleven, terwijl er door de beperkende maatregelen veel minder mogelijkheden waren om geld uit te geven. Daarnaast werd er door sommigen ook bewust extra gespaard, bijvoorbeeld omdat ze bang waren hun baan kwijt te raken.

Uit het onderzoek blijkt dat lang niet iedereen in gelijke mate heeft geprofiteerd. Van de huishoudens met hogere inkomens, boven 2600 euro netto per maand, spaarde 46 procent extra. Bij mensen onder die inkomensgrens was dat maar 24 procent.

Daarnaast konden mensen in loondienst veel vaker extra sparen dan zelfstandigen (47 procent tegenover 21 procent).

2021-08-26 12:06:53

Aangeboden door: nos.nl