Het Openbaar Ministerie waarschuwt dat de Britse justitie onzorgvuldig is omgegaan met vertrouwelijke informatie over de manier waarop bewijsmateriaal is verzameld via cryptocommunicatiedienst EncroChat. Dat blijkt uit een brief van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie, die is ingezien door NRC. Dat kan gevolgen hebben voor rechtszaken.

Berichtenservice EncroChat werd vooral gebruikt in de onderwereld en werd vorig jaar ontmanteld. De politie kon maandenlang meelezen met criminelen, die zich met de versleutelde dienst onbespied waanden. De verzamelde data wordt nu in verschillende Europese landen ingezet als bewijsmateriaal om criminelen te vervolgen, maar rechtszaken dreigen nu in gevaar te komen doordat de Britten gevoelige informatie hebben gedeeld over de gebruikte techniek.

Het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie stuurde op 24 maart een brief naar de officieren van justitie die in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië betrokken zijn bij de rechtszaken waarbij de EncroChat-berichten dienen als bewijsmateriaal.

Verschillende wetgeving

Vanwege verschillen in de wetgeving van deze landen is de verantwoording voor het gebruik van het bewijsmateriaal niet overal gelijk. Er gelden verschillende regels over het schenden van privacy en de omgang met bulkdata. Zo zijn de Britten in vergelijking met Nederland strenger als het gaat om het afluisteren van telefoons en minder streng op het verkrijgen en gebruiken van opgeslagen data.

Volgens het OM is er in Britse rechtszaken informatie gedeeld over de techniek die is gebruikt bij de hack, terwijl die informatie in Frankrijk bestempeld is als militair staatsgeheim. Ook in Nederlandse rechtszaken mogen er om die reden geen details over gedeeld worden.

Ongeldig bewijsmateriaal

De openheid van de Britten kan als gevolg hebben dat bewijs in tientallen rechtszaken als onrechtmatig verkregen wordt aangemerkt. In Nederland hoeven vragen van de rechter over de rechtmatigheid van bewijs dat door de Franse opsporingsautoriteiten werd verzameld, niet beantwoord te worden als een Franse rechter de methode al heeft goedgekeurd. De Nederlandse rechter mag ervan uitgaan dat er geen rechten zijn geschonden bij het verkrijgen van dat bewijs.

Dat de Britten zeggen dat de techniek die de Franse inlichtingendienst heeft gebruikt, is ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse inlichtingendienst, ligt daarom erg gevoelig. Het zou kunnen betekenen dat ook een Nederlandse rechter zich dan over die techniek had moeten buigen. Het OM benadrukt dat de Nederlandse inlichtingendienst niet betrokken is geweest bij het ontwikkelen van de Franse interceptietechniek.

2021-04-09 11:34:55

Aangeboden door: nos.nl