De bewijslast voor etnisch profileren moet niet langer bij de burger worden gelegd, maar bij politie of justitie. Dat zegt de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen naar aanleiding van een nieuw rapport. Als de politie bijvoorbeeld mensen ‘eruit pikt’ op basis van huidskleur, moet zij volgens de Ombudsman kunnen toelichten waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Nu moet ‘het slachtoffer’ in de praktijk bewijzen dat er sprake was van etnisch profileren.

Van Zutphen verduidelijkt zijn aanbeveling bij de NOS: “Een instantie moet uitgaan van het verhaal van de klager – dat neem je als uitgangspunt. Als de klager komt met een verhaal over profilering, ga je niet eerst zeggen ‘dat kan niet waar zijn’.” Volgens Van Zutphen worden klachten nu te vaak afgedaan als ongegrond, bijvoorbeeld omdat een ambtenaar zegt zich van geen kwaad bewust te zijn.

Etnisch profileren vaak niet aangepakt

Volgens Van Zutphen is het duidelijk dat etnisch profileren in Nederland voorkomt, ook al is dat bij wet verboden. In de praktijk wordt dit vaak niet aangepakt omdat niet kan worden vastgesteld of bijvoorbeeld huidskleur of geloof een rol heeft gespeeld bij de keuze om een bepaald persoon te controleren of aan te houden.

Komt een burger vervolgens met een klacht, dan verwachten de instanties dat de klager duidelijk maakt waarom er geprofileerd is. Maar dat is niet reëel, staat in het rapport: “De burger mag verwachten dat de overheid kan uitleggen op basis waarvan hij geselecteerd is en in hoeverre etniciteit daarbij een rol heeft gespeeld.”

‘Ze beschermen elkaar toch wel’

Wanneer zulke meldingen niet serieus worden genomen, ondermijnt dat het vertrouwen van burgers in de overheid, is een van de conclusies van het rapport. De Ombudsman onderzocht 159 meldingen na een oproep aan Nederlanders die zich op een zeker moment slachtoffer voelden van etnisch profileren. Zij hadden het gevoel eruit te worden gepikt, bijvoorbeeld door de politie op straat of de marechaussee op een luchthaven.

Van de ondervraagden diende driekwart geen klacht in over hun vermoedens: ze dachten dat klagen over de staat bij diezelfde overheid geen effect had. ‘Ze beschermen elkaar toch’, werd bijvoorbeeld gezegd.

“Van de mensen die zich bij ons meldden zei een groot deel: ‘Ik vertrouw mijn klacht niet toe aan de overheid omdat de overheid mij geprofileerd heeft.’ Dat vind ik zorgelijk”, concludeert Van Zutphen. “Mensen wenden zich in zo’n geval dan af van de overheid.”

Dat het aantal onderzochte meldingen in het rapport beperkt is, zegt volgens Van Zutphen niet veel. Hij wijst erop dat er bij de kindertoeslagenaffaire ook meer ouders gedupeerd waren dan degenen die zich meldden.

‘Er moet heel veel gebeuren’

De Ombudsman sprak naast burgers ook met de politie, de Koninklijke Marechaussee en de Belastingdienst Douane – instanties die zich bezighouden met opsporing en handhaving.

Die gaven aan weinig klachten binnen te krijgen – volgens Van Zutphen het gevolg van het feit dat mensen denken dat er toch niets met hun klacht gebeurt. Wel zag hij bij de instanties de bereidheid om het goed te doen. “Maar er moet heel veel gebeuren.”

Zo moet er bij ambtenaren zich bewust worden van vooroordelen. Van Zutphen: “Die vooroordelen kunnen voor anderen belastend zijn. Je moet ze dus onderkennen en zorgen dat ze geen overheersende rol spelen in je werk.” Ook pleit hij voor werknemers van diverse achtergronden bij de overheid, om monocultuur te voorkomen.

Van Zutphen: “Alle instanties zullen zeggen: etnisch profileren mag niet gebeuren. Maar dat is niet genoeg. Je moet ervoor zorgen dat het niet gebéurt.”

2021-03-30 14:06:08

Aangeboden door: nos.nl