Het moet makkelijker worden om een vliegverbod op te leggen boven gebieden waar zich een gewapend conflict afspeelt. Dat is de strekking van een advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid aan het kabinet.

Volgens de raad is de situatie in Nederland sinds de ramp met MH17 aanmerkelijk verbeterd. Maar de Nederlandse overheid beperkt zich tot het verschaffen van informatie en geeft geen advies of legt geen verboden op. Voor een verbod is nu ook geen grondslag in de wet. De raad adviseert het kabinet te overwegen die mogelijkheid wel in de wet op te nemen.

Iran hield luchtruim open

De Onderzoeksraad, die vluchten boven conflictgebieden al een paar keer eerder onder de loep heeft genomen, vindt dat de besluitvorming om een bepaald luchtruim te sluiten of te mijden in het algemeen te traag verloopt. De bescherming van de burgerluchtvaart tegen de risico’s van het vliegen over conflictgebieden ligt in de eerste plaats in handen van het land waar het conflict zich afspeelt.

Dat land kan zijn luchtruim helemaal of voor een deel sluiten, maar volgens de raad gebeurt dat in de praktijk zelden. De raad wijst er bijvoorbeeld op dat Iran zijn luchtruim openhield toen begin vorig jaar een conflict met de Verenigde Staten snel escaleerde. Op 8 januari schoot Iran boven zijn eigen grondgebied een Oekraïens vliegtuig neer.

Volgens de raad moeten er internationale criteria komen voor wanneer een land zijn eigen luchtruim op slot zou moeten doen.

Verantwoordelijkheid luchtvaartmaatschappijen

De Onderzoeksraad benadrukt dat luchtvaartmaatschappijen ook een belangrijke eigen verantwoordelijkheid hebben. “Toen vorig jaar in Iran de spanningen toenamen, was dit voor luchtvaartmaatschappijen geen aanleiding om het luchtruim daar te mijden. Daardoor vlogen vliegtuigen over gebied met een verhoogd risico”, staat in het advies.

De raad vindt dat “mogelijke scenario’s met catastrofale gevolgen meer gewicht moeten krijgen in de risico-afweging van maatschappijen en overheden”.

2021-06-24 11:41:40

Aangeboden door: nos.nl