De Deense windmolenparkbouwer Orsted wil de zware industrie in de havens van Zeeland en Gent van groene waterstof gaan voorzien. Het bedrijf kan een extra groot windmolenpark voor de Nederlandse kust bouwen met daaraan gekoppeld een waterstoffabriek in Zeeland.

Orsted is wereldmarktleider als het gaat om de bouw van windmolenparken op zee en denkt het project voor 2030 te kunnen realiseren, als er steun komt van de overheid.

Nederland ligt achter met de uitvoering van de plannen uit het klimaatakkoord. Inmiddels zijn de doelen mede op verzoek van Nederland aangescherpt door de Europese Commissie. Daarom moet er waarschijnlijk voor 2030 een windpark op zee met een vermogen van minimaal 6 gigawatt bij komen. Ook moet de industrie meer CO2 gaan besparen. Orsted wil dit combineren in het havengebied van Zeeland en het Belgische Gent, samen met de havenbedrijven en de industrie langs het Kanaal Gent-Terneuzen.

Volgens de directeur van Orsted in de Benelux, Steven Engels, komen in deze regio alle mogelijkheden samen: “Er is grootschalige vraag naar waterstof. Er liggen plannen voor regionale waterstofverbindingen. Er is ruimte voor grootschalige waterstofproductie en er is ruimte voor grootschalige windmolenparken in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dus als de Nederlandse overheid het wil, kan het gebeuren.”

Zonder overheidssteun

Orsted heeft afgelopen jaar de eerste van een serie grote windparken voor de Nederlandse kust opgeleverd. Het bedrijf heeft ook plannen voor waterstoffabrieken in Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Engels verwacht een vergelijkbare ontwikkeling met waterstof als met windenergie op zee; die manier van energiewinning moest aanvankelijk ook zwaar gesubsidieerd worden, maar kan nu zonder overheidssteun worden gerealiseerd.

De Denen willen nu een windpark voor de Nederlandse kust bouwen van 2 gigawatt (vergelijkbaar met het verbruik van twee miljoen huishoudens) en de elektriciteit hiervan gebruiken voor een elektrolyser van 1 gigawatt in Zeeland. Met zo’n machine kun je waterstof maken.

Het plan wordt gesteund door Zeeland Refinery in Vlissingen, Dow Chemical in Terneuzen, de kunstmestfabriek van het Noorse Yara in Sluiskil en de Belgische vestiging van staalgigant ArcelorMittal in Gent. Dat zijn allemaal ondernemingen die in de top-10 staan van bedrijven met de meeste CO2-uitstoot en die enorme hoeveelheden energie gebruiken. Yara verbruikt bijvoorbeeld net zo veel aardgas als 1,3 miljoen huishoudens.

2021-03-31 07:22:38

Aangeboden door: nos.nl