Defensie moet opnieuw een reconstructie maken van de slag om Chora, de Afghaanse vallei waar Nederlandse militairen in 2007 strijd met de Taliban leverden. Dat heeft de rechtbank van Den Haag bepaald in de zaak die is aangespannen door Afghaanse slachtoffers en nabestaanden van de Nederlandse bombardementen.

Bij de beschietingen in de nacht van 16 op 17 juni in de Afghaanse provincie Uruzgan zouden vijftig tot tachtig burgerdoden zijn gevallen. Defensie heeft steeds beweerd dat het oorlogsrecht is nageleefd. Het ministerie ziet steun in tal van rapporten van de NAVO, de Afghaanse regering en een lokale humanitaire organisatie.

Advocaat Liesbeth Zegveld, die de slachtoffers en hun nabestaanden vertegenwoordigt, legde de rechtbank stukken voor waaruit volgens haar blijkt dat de Nederlandse Defensie in strijd met het oorlogsrecht willekeurig gebombardeerd heeft.

Disproportioneel

De rechters willen nu weten op basis van welke informatie Afghaanse huizen zijn aangemerkt als militair doelwit. De voorzitter van de rechtbank zei te begrijpen dat een reconstructie lastig is, ook omdat sommige informatie wellicht geheim moet blijven.

Slachtoffers en nabestaanden eisen een schadevergoeding van Defensie. Ze lagen te slapen toen de Nederlandse bommen vielen. Volgens advocaat Zegveld waren de bombardementen disproportioneel, ook omdat de burgers niet vooraf waren gewaarschuwd.

Het bombardement maakte deel uit van de slag om de Choravallei. Dat strategisch gelegen gebied dreigde in handen te vallen van Taliban. Daarop besloot de commandant van de Nederlandse eenheid om de zone waarvan werd aangenomen dat de Talibanstrijders zich er ophielden, ’s nachts onder vuur te nemen.

2021-03-29 19:19:45

Aangeboden door: nos.nl