Sinds het uitbreken van de coronacrisis is in Nederland veel gespaard, bijna 46 miljard euro. Dat is ruim 2,5 keer zoveel als het jaar ervoor. Maar uit een enquête van Rabobank blijkt dat dit geld ongelijk is verdeeld: het grootste deel van het gespaarde geld kwam terecht bij ‘slechts’ 35 procent van de bevolking. Voor anderen bleef het spaarsaldo gelijk of nam het af. Hoe kunnen die onderlinge verschillen zo groot zijn?

Of iemand veel of weinig spaart, heeft doorgaans vooral te maken met het inkomen, zegt Rabobank-econoom Carlijn Prins. “Dat was voor corona zo, maar nu ook. Het is niet absoluut, maar traditioneel gezien hebben mensen met een hoger inkomen meer spaargeld. En die trend heeft zich tijdens corona dus voortgezet.”

In coronatijd zijn die inkomens en de uitgaven soms wel veranderd. Zo hebben ondernemers soms hun spaargeld moeten gebruiken om hun zaak overeind te houden. Andersom geldt ook: als je pre-corona een bovenmodaal inkomen had en door de lockdowns minder geld hebt uitgegeven aan zaken als vakanties of de horeca, kan het gevolg zijn dat je spaartegoed in de tussentijd is meegegroeid.

(On)gelijkheid

Logisch dus, al is de manier waarop de tientallen miljarden spaargeld nu zijn verdeeld, ook voor economen een verrassing. Prins: “We dachten al dat het geld meer terecht zou komen bij mensen met een hoger inkomen. Maar we waren toch wel verbaasd dat het bij slechts 35 procent van de bevolking is neergedaald. Omdat 46 miljard euro een heel fors bedrag is, ruim twee keer zoveel dan het jaar ervoor.”

De financiële ongelijkheid komt niet uit de lucht vallen, alleen was die voorheen zichtbaar in de uitgaven, denkt de econoom. “Mensen met een modaal of bovenmodaal inkomen gaven toen meer geld uit dan mensen met een laag inkomen”, zegt Prins. “Nu dat door corona minder kon, verschoof geld dat anders zou worden uitgegeven naar de spaarrekening. De ongelijkheid in geld verplaatst dus.”

2021-05-03 18:29:46

Aangeboden door: nos.nl