Ouderen die na twaalf weken de tweede Pfizer-prik kregen, maakten meer antistoffen aan dan mensen bij wie er drie weken tussen beide prikken zat. Dat blijkt uit een studie door onderzoekers van de Universiteit van Birmingham.

Er deden 175 mensen aan mee. Het onderzoek is nog niet door vakgenoten beoordeeld en nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

Bij de onderzochte 80-plussers die de zogenoemde booster na twaalf weken kregen, was de hoeveelheid antistoffen uiteindelijk 3,5 keer zo hoog als bij hun leeftijdsgenoten die de tweede prik na drie weken kregen.

‘Goed uitgepakt’

In het Verenigd Koninkrijk zat er eerst drie weken tussen de eerste en tweede vaccinatie. Die periode werd verlengd om meer mensen sneller een eerste inenting te kunnen geven. Ook in Nederland is dat gebeurd; hier is de termijn tussen eerste en tweede prik nu zes weken.

“Het heeft kennelijk goed uitgepakt”, reageert hoogleraar Vaccinologie Anke Huckriede van de Rijksuniversiteit Groningen. “Je zou natuurlijk graag willen dat dit ook voor jongere mensen geldt. Daar is meer onderzoek voor nodig, en ook om te weten of de resultaten ook voor andere mRNA-vaccins gelden.”

Het vaccin van Pfizer is een mRNA-vaccin, maar er zijn ook zogeheten vectorvaccins. Die werken anders. Meer weten? In deze video (uit januari) legt Marjolein van Egmond van het Amsterdam UMC het verschil uit:

2021-05-14 13:31:30

Aangeboden door: nos.nl