Renee Römkens, emeritus hoogleraar gender based violence aan de Universiteit van Amsterdam, was wetenschappelijk lid van de commissie die de Istanbul-conventie opstelde. “Dat proces duurde meer dan twee jaar. Het kostte tijd voordat alle landen overeenstemming hadden bereikt, over elke komma werd nagedacht”, zegt ze.

Römkens vertelt dat Turkije graag wilde dat het ondertekend werd in Istanbul. “Het land was gebrand op goed contact met Europa, in verband met de destijds beoogde toetreding tot de EU”, zegt ze. “En uitgerekend dat land stapt er als eerste uit.”

Dat gebeurde afgelopen maart. Regeringspartij AKP noemt de inhoud van het verdrag “niet in lijn met de traditionele familiewaarden” in Turkije. Ook is de AKP het oneens met de opmerkingen over gendergelijkheid en vindt de partij dat het verdrag homoseksualiteit ‘propageert’. Ook Polen wil uit de conventie stappen, omdat er elementen van een “ideologie in staan die de regering schadelijk acht”.

Protesten

De beslissing van Turkije leidde tot veel weerstand. Duizenden vrouwen gingen de straat op om te demonstreren. Andere landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, veroordeelden het besluit. Geweld tegen vrouwen is al jarenlang een probleem in Turkije.

“Er was elke week wel ergens in Turkije een straatprotest voor vrouwenrechten, maar nu is dat gestopt omdat er weer een lockdown is”, vertelt correspondent Mitra Nazar. “Er wordt nog steeds veel aandacht voor de Istanbul-conventie gevraagd, vooral door vrouwenrechtenorganisaties en de oppositie, met name op sociale media.”

Meerdere buitenlandse ambassades in Ankara, ook die van Nederland, hebben vandaag een verklaring gepubliceerd. Zo schrijven ze dat ze de beslissing van Turkije betreuren en hopen ze dat de regering het besluit wil heroverwegen.

Turkse vrouwenrechtenorganisaties stonden vandaag stil bij het verdrag. Op de oude stadsmuur van Istanbul hebben ze de tekst ‘wij geven niet op’ geprojecteerd:

2021-05-11 20:41:22

Aangeboden door: nos.nl