De toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) noemt de beweringen van NAM-directeur Johan Atema in NRC vanochtend “betreurenswaardig” en “onjuist”. Atema zei in die krant dat er op basis van recente berekeningen niet 26.000 huizen maar slechts vijftig huizen die schade hebben opgelopen door gaswinning in Groningen moeten worden versterkt.

Atema zei in een interview met NRC dat de veiligheidsonderzoeken waar hij zich op baseert afkomstig zijn van TNO en door de overheid zijn geaccordeerd. “Alleen volgt de overheid de nieuwste normen niet.” Maar de onderzoeken van TNO waar Atema aan refereert zijn niet bedoeld of geschikt voor het keuren van huizen op afstand, schrijft het SodM in een reactie.

“Het is onjuist dat er nog maar vijftig huizen versterkt hoeven worden in Groningen”, verklaart het SodM. “De NAM baseert zich hierbij op een model van TNO. Dat model kun je niet gebruiken om huizen op afstand veilig te verklaren. Daarom moet ieder huis in de versterkingsopgave afzonderlijk worden geïnspecteerd en beoordeeld op basis van een door de overheid vastgestelde methode.”

Onrust in Groningen

Blijken huizen op basis van deze beoordeling niet te voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm, dan moeten ze worden versterkt. “Pas dan is het in Groningen net zo veilig als in de rest van Nederland. De SodM vindt deze uitspraken van de NAM betreurenswaardig, omdat zij voor onnodige onrust zorgen in Groningen.”

2021-05-07 15:07:47

Aangeboden door: nos.nl