Veehouders die met hun bedrijf willen stoppen en op hun terrein iets nieuws willen beginnen, stranden vaak op gemeentelijke regels. Dat komt vooral doordat veel ambtenaren die regels niet voldoende kennen, zegt de ZLTO, Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie, tegen Omroep Brabant.

“Het probleem is dat in veel gemeenten de ambtenaren nog moeten worden bijgepraat over dit beleid”, zegt Gerard van Zutphen van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie. “De ambtenaar bladert nu een boek door en als het initiatief niet al in het boek staat, dan kan het niet.”

“Bestuurlijk is met gemeenten afgesproken dat we gaan voor een ruimhartig beleid als boeren met hun bedrijf willen stoppen. Vrijgekomen agrarische bedrijven moeten dan redelijk makkelijk een andere bestemming kunnen krijgen.”

‘Maatwerk is het sleutelwoord’

Dit speelt onder meer in de gemeente Meijerijstad in Oost-Brabant; een van de meest agrarische gebieden van de provincie Brabant, met bijna twee miljoen dieren, vooral vleeskuikens, leghennen, vleesvarkens en biggen.

Naar verwachting stoppen daar de komende jaren meer dan honderd veehouders. Ze maken gebruik van de uitkoopregeling van het Rijk, maar ook de maatschappelijke discussie over de alsmaar groeiende veestapel en het gebrek aan een opvolger spelen een rol.

Wethouder Goijaarts beaamt dat innovatieve plannen of ontwikkelingen voor deze vrijgekomen stukken land nu nog niet altijd meteen passen in bestaand beleid. “Maar we zijn bereid om dat beleid aan te passen om die ideeën mogelijk te maken. Maatwerk is het sleutelwoord en daar zullen we ons best voor doen.”

2021-05-22 11:37:14

Aangeboden door: nos.nl