Ironisch genoeg nemen ze ons mee naar de ontvangsthal van het ziekenhuis. Daar wordt ons gevraagd om de stad zo snel mogelijk te verlaten. Later zet een dwingend sms’je van de lokale overheid dat verzoek kracht bij. We besluiten eieren voor ons geld te kiezen en keren terug naar Peking.

Daar is het openbare leven al hevig ontregeld. Straten zijn verlaten, bussen zijn op de buschauffeur na veelal leeg. De meeste restaurants en winkels zijn gesloten, appartementencomplexen komen met strikte maatregelen.

Bij de ingang van ons kantoor staan enkele mannen in witte pakken om onze temperatuur te meten. Eerst wordt die op papier geregistreerd, later via apps van Alipay, WeChat en de lokale overheid. Koken deed ik nooit regelmatig, liever sprak ik met vrienden en bronnen af in restaurants, maar nu kook ik wel, al draaien ook de bezorgdiensten dezer dagen overuren.

Informatie van de straat

Soms krijg ik de vraag of we ‘het’ niet opzoeken. Ik denk het niet, zeg ik dan. Wij willen verhalen maken die laten zien wat er gebeurt. Artikel 35 van de Chinese grondwet garandeert ons vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers. Ik heb nog nooit zoveel uitzonderingen gehoord op die regel als de afgelopen weken.

Juist in een autoritair geleid land als China, waar (sociale) media stevig zijn gecensureerd, moet het nieuws voor een groot deel van de straat komen, niet van de staat. Van de vele gesprekjes met willekeurige Chinezen. Reguliere persconferenties die China op alle niveaus geeft, geven een inkijkje in de bredere ontwikkelingen. Maar hierbij geldt: alles is politiek. Dat geldt tot op zekere hoogte ook voor de besmettingscijfers, waarvan de methodologie met de nodige regelmaat verandert.

Los daarvan is de bewegingsvrijheid die wij krijgen ook bruikbare informatie. In het algemeen geldt: hoe meer problemen je hebt, hoe gevoeliger iets ligt. Zit alles nog op slot of denken de autoriteiten, zoals wordt gesteld in de staatsmedia, dat ze “aan de winnende hand” zijn en worden restricties in de praktijk verlicht?

Nog een laatste trip

We besluiten nog één trip te maken, naar de provincie Henan. Een provincie met veel besmettingsgevallen, maar weinig informatie. We focussen ons op de hoofdstad Zhengzhou. Daar staat een reusachtige fabriek van Foxconn, waar onder andere iPhones worden gemaakt. De productie is er nog lang niet terug op het oude niveau. Zhengzhou is ook de plaats waar volgens staatsmedia “succesvol” bloed van een vroege coronapatiënt (dus met antistoffen) wordt ingezet om besmette patiënten te helpen.

Als we in de stad aankomen, volgen meerdere checkpoints. Als je geen symptomen hebt en geen reisgeschiedenis naar Hubei, mag je door. Bij de fabriek van Foxconn kunnen we enkele medewerkers spreken, van wie een aantal buiten in slaapzakken ligt te wachten tot ze weer naar binnen kunnen. Zij zijn niet in dienst bij het bedrijf, maar laten zich inhuren door externe tussenkantoren.

2020-02-23 21:18:00

Aangeboden door: nos.nl