Net als met Kerst, Onafhankelijkheidsdag of Columbus Day krijgen ambtenaren een dag vrij en gaan veel scholen dicht. Dit jaar gebeurde dat gisteren, omdat de feestdag in het weekend valt. De beurzen in New York overwegen nog of ze in de toekomst ook zullen sluiten; dit jaar was dat vanwege de korte termijn niet meer te regelen.

Op veel plekken in de VS worden vandaag braderieën gehouden, of lokale festivals waarin zwarte cultuur of ondernemerschap centraal staan. Ook is er ruimte voor educatie, zoals het naspelen van historische gebeurtenissen, lezingen of discussie over aanhoudend racisme. “Vieren, onderwijzen, agiteren”, vatte een historicus het samen.

De erfzonde van zijn land, noemde Biden slavernij bij de ondertekening van de wet. “Maar grootse naties negeren hun pijnlijke moment niet. Ze omhelzen ze. Grootste naties lopen er niet voor weg, we zien de fouten die we hebben gemaakt onder ogen. En daardoor kunnen we helen en sterker worden.”

Keti Koti

Linda Nooitmeer, voorzitter van slavernijkenniscentrum NiNsee, noemt het Amerikaanse besluit geweldig. “Het is illustratief voor een ontwikkeling die je wereldwijd ziet van erkenning voor het slavernijverleden. We zijn er nog niet, maar het is zeker een echte stap.”

Graag zou Nooitmeer zien dat in ons land het vergelijkbare Keti Koti (‘gebroken ketens’) op 1 juli eenzelfde status krijgt. “Als we de slachtoffers gezamenlijk herdenken, onderkennen we met elkaar dat het slavernijverleden impact heeft gehad en nog steeds doorwerkt. Dan kun je ook vragen wat wij gaan doen om de effecten daarvan teniet te doen.”

De vier grote steden drongen er gisteren bij het kabinet op aan van Keti Koti een nationale feestdag te maken. Dat gebeurde na een motie van het PvdA-raadslid Nenita La Rose, die de Amsterdamse gemeenteraad vorig jaar aannam. Zij denkt dat zo’n dag als breekijzer kan dienen om na te denken over het slavernijverleden en de voortdurende impact ervan.

“Ik heb vroeger op school niets geleerd over Suriname of de Antillen, terwijl het belangrijk is om te weten wat er in dat donkere verleden van Nederland is gebeurd”, legt ze uit. “Amsterdam speelde een belangrijke rol in dat verleden, dus moet nu ook voorop lopen.”

Meer dan symboolpolitiek

Nooitmeer hoopt dat nationale aandacht vervolgstappen mogelijk maakt. “Er moeten concrete maatregelen volgen: investeringen in Afro-Nederlandse gemeenschappen hier en in de voormalige koloniën, tegengaan van misstanden op de wonings- en arbeidsmarkt. Daar moet iets gebeuren, anders blijft zo’n dag symboolpolitiek.”

Vraag blijft wel hoe groot het draagvlak voor een Nederlands Juneteenth is. Zo ligt het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden al gevoelig: nog geen derde van de Nederlanders vindt dat nodig, hoewel Amsterdam en Rotterdam het actief overwegen. Premier Rutte herhaalde na de Black Lives Matter-demonstraties vorig jaar zomer dat hij vreest dat een officiële spijtbetuiging juist tot polarisatie leidt.

Nooitmeer is optimistischer. “Het NiNsee heeft de afgelopen jaren in het hele land samen met witte Nederlanders en mensen met Afrikaanse roots herdenkingscomités opgezet. De traditionele Heri Heri-maaltijden zien we dit jaar ook weer in het hele land op 1 juli uitgedeeld worden. Het is een olievlek die zal groeien en inspirerend zal zijn voor bestuurlijk Nederland.”

Ook La Rose blijft hopen. “Ik ben heel positief ingesteld, dus ik ga ervan uit dat het gebeurt. Ik zie bewegingen, onder de nieuwe regering krijgt de discussie misschien weer een impuls. Ik zie het er wel van komen.”

2021-06-19 12:46:15

Aangeboden door: nos.nl