Veruit de meeste dreigingen worden geuit via sociale media. Zo zou Yavuz O. opruiende teksten in openbare Telegram-groepen hebben geplaatst, zo werd vandaag duidelijk over de Amsterdammer die volgens het OM een mogelijke moordaanslag op Rutte heeft beraamd.

‘Shooters’ en wapens

“Ik zoek geen demonstranten. Ik zoek revolutionairen. Shooters/hitters/gewapend/geweld. Alles toegestaan”, zou de verdachte hebben geschreven in die appgroep. Ook zou hij op zoek zijn geweest naar wapens en zijn plannen fysiek met anderen hebben besproken.

De grote vraag bij dit soort zaken is altijd: hoe serieus was O.? Waren het vooral stoere woorden, wat menig verdachte in zulke zaken achteraf verklaart in de rechtbank, of zou hij daad bij woord hebben gevoegd? Zoiets valt op basis van berichten in de media lastig te zeggen, benadrukken experts. “Maar ik kan me voorstellen dat de rechter deze uitingen opvat als bedreiging”, zegt hoogleraar strafrecht Hans de Doelder.

Hoe systematischer de uitingen zijn, hoe serieuzer de inlichtingendiensten het nemen volgens Van Buuren. “Het lijkt in dit geval wel iets meer dan iemand die in een boze bui iets op sociale media heeft gezet. Er waren misschien nog geen concrete plannen, maar er werd wel met anderen over gepraat. Maar het blijft moeilijk te zeggen hoe serieus het was.”

‘Ik ben bang’

Uiteindelijk zal de rechter erover oordelen. Net zoals deze week de politierechter deed in een zaak tegen de man die D66-leider Sigrid Kaag en demissionair minister Hugo de Jonge via Facebook had bedreigd. “Ik ben bang om de post te openen”, verklaarde Kaag in de rechtszaal.

Kaag beschreef de angsten die ze sinds de bedreiging zegt te hebben:

2021-10-13 22:06:41

Aangeboden door: nos.nl