Het rapport over het onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus dat is uitgevoerd door zeventien wetenschappers namens de WHO en zeventien Chinese collega’s, leest vooral als een agenda voor vervolgonderzoek.

De onderzoekers benadrukten op een online persconferentie vanmiddag de grote hoeveelheid nieuwe data die ze nu publiceren, maar verhulden niet dat er nog veel belangrijke vragen zijn die verband houden met de oorsprong van het virus.

Aan de persconferentie nam een deel van de zeventien wetenschappers uit het WHO-team deel, maar geen van hun Chinese collega’s.

Vleermuizen

In de tweede fase van het onderzoek naar de oorsprong van SARS-CoV-2 moeten de vroegste gevallen van covid-19 centraal staan. In de tweede helft van december 2019 was er terugkijkend in bloedmonsters van patiënten een sterke toename van covid-gevallen te zien, maar in monsters van vóór december is niets aangetroffen.

Die moeten opnieuw worden bekeken, net als bloedmonsters van donoren uit de maanden voor de uitbraak. Verder is onderzoek nodig op de boerderijen waar wilde dieren voor consumptie gefokt worden die op de Huanan-markt verkocht werden. Sommige van die boerderijen liggen in streken waar de vleermuizen leven die gezien worden als bron van het virus.

Gisteren was al een bijna definitief concept van het rapport uitgelekt waaruit bleek dat de WHO-onderzoekers en hun Chinese collega’s ervan uitgaan dat het virus van een vleermuis is overgesprongen op een ander dier.

Hoe dat precies is gegaan, met welk dier als tussenstation en waar en wanneer het is gebeurd moet zoals gezegd onderwerp worden van vervolgonderzoek. Een tweede scenario – al geloven de experts er minder in – is dat het virus rechtstreeks is overgegaan van een vleermuis op een mens. Ook op dat punt willen de experts aanvullend onderzoek doen.

Bevroren voedsel

Het scenario dat het virus zich heeft verspreid via bevroren voedsel dat op de Huanan-vismarkt in Wuhan verkocht werd, is volgens de wetenschappers ook minder waarschijnlijk. Toch gaat dat wel verder onderzocht worden, inclusief de mogelijkheid dat het virus via dergelijke producten vanuit een ander land in China terecht is gekomen.

Marion Koopmans, hoofd virologie van het Erasmus MC en lid van de WHO-missie, zei dat de vleermuizen die beschouwd worden als de meest waarschijnlijke dragers van SARS-CoV-2 niet alleen in bepaalde Chinese regio’s voorkomen maar ook buiten China.

Koopmans wees ook op onderzoek waaruit zou blijken dat het virus al vroegtijdig in Europa is aangetroffen, al gaat het volgens haar om een studie van niet van al te beste kwaliteit. “Maar we moeten er open naar blijven kijken. Als er een serieus spoor is naar een ander land, dan moeten we dat onderzoeken. We blijven de wetenschap volgen.”

De onderzoekers achten het hoogst onwaarschijnlijk dat het virus in een lab is gecreëerd. Daarvoor hebben ze geen enkele aanwijzing gevonden en ze stellen dat ze voldoende gelegenheid hebben gehad om zich ervan te vergewissen bij hun bezoek aan Instituut voor Virologie in Wuhan.

Stevige onderhandelingen

Er is tot het allerlaatste moment druk onderhandeld met de Chinese onderzoekers over de definitieve tekst van het onderzoeksrapport. Waarover die onderhandelingen precies gingen is niet duidelijk, maar het lijkt niet onwaarschijnlijk dat het onder meer ging over de mogelijkheid dat het virus niet uit China kwam, en over de vraag of dat duidelijk terug moet komen in het rapport.

Al in de persconferentie aan het slot van de onderzoekmissie in februari hamerden de Chinezen op die mogelijkheid. Op de persconferentie van vandaag zei onderzoeksleider Peter Ben Embarek dat “natuurlijk niemand wil dat de oorsprong van een uitbraak in zijn achtertuin ligt”.

Hij zei dat het niet onlogisch is dat een virus grenzen passeert en dat het belangrijk is om “met een open geest de wetenschap te volgen en ook elders te kijken”.

Politiek

Er werd enkele keren kort verwezen naar de lastige politieke omstandigheden rond de onderzoeksmissie. Embarek bevestigde dat het werk voortdurend onder veel druk plaatsvond. “Er was politieke druk van China en van andere landen”, zei hij.

Zijn collega-onderzoeker Peter Daszak onderstreepte wat een prestatie het is geweest dat het “zelfs onder heel moeilijke politieke omstandigheden gelukt is om met de Chinese wetenschappers samen te werken. Die samenwerking moet doorgaan, want die is onmisbaar in de strijd tegen de pandemie”, aldus Daszak.

2021-03-30 19:58:19

Aangeboden door: nos.nl